Over-governed in overleg, under-governed in beslissingen.

Waarom organisaties vandaag vastlopen — en hoe je dat doorbreekt in het AI-tijdperk

Er is een patroon dat je vandaag in veel organisaties ziet: agenda’s zitten vol, overlegstructuren zijn uitgebreid, iedereen wordt betrokken … en toch blijven beslissingen uit.

Of erger: ze lijken genomen, maar niemand voelt zich er echt eigenaar van.

We zijn met andere woorden vaak over-governed in meetings, maar under-governed in decision-making.

In een relatief stabiele omgeving is dat al problematisch. In een context van snelle technologische verandering, toenemende marktdruk en de opmars van AI wordt het ronduit gevaarlijk. Organisaties die vandaag niet helder, snel en consequent kunnen beslissen, verliezen morgen niet alleen snelheid, maar ook richting.

Onderzoek en publicaties van onder meer McKinsey, en Harvard Business School wijzen telkens op dezelfde onderliggende zwakte: veel organisaties verwarren overleg met bestuur, inspraak met eigenaarschap, en alignment met beslissingsmandaat.

Het echte probleem: schijn van governance

Veel organisaties hebben geen tekort aan governance. Ze hebben vooral een tekort aan duidelijke governance.

Er zijn steering committees, werkgroepen, directiemeetings, transformatieboards en projectfora. Rollen lijken ingevuld, check-ins zijn gepland, beslissingsorganen bestaan op papier. Maar zodra een kritische keuze moet worden gemaakt, ontstaat verwarring:

McKinsey beschrijft al langer hoe organisaties verstrikt raken in onduidelijke decision rights. Ook in The limits of RACI—and a better way to make decisions wordt duidelijk gemaakt dat modellen en rollen op zich niet volstaan wanneer niet expliciet is vastgelegd wie finaal beslist.

Het resultaat is voorspelbaar:

Waarom dit vandaag acuter is dan ooit

De opkomst van AI maakt deze zwakte niet alleen zichtbaarder, maar ook schadelijker.

AI dwingt organisaties tot keuzes:

Dat zijn geen technische vragen alleen. Het zijn bestuurlijke vragen.

In organisaties waar besluitvorming diffuus is, zie je dan ook steeds hetzelfde patroon:

Maar in realiteit is dat vaak geen inclusiviteit. Het is uitstel.

Een extra alarmsignaal: wanneer echte expertise uit de kern wordt gehouden

Er is nog een tweede, vaak onderbelicht symptoom van zwakke governance: de mensen met de meeste inhoudelijke expertise worden niet echt meegenomen in de besluitvorming.

Niet omdat ze niets bijdragen, maar vaak precies omdat ze iets inbrengen wat moeilijk te horen is.

De technische expert wijst op beperkingen. De risicoverantwoordelijke benoemt kwetsbaarheden. De data-expert legt bloot dat de basis niet op orde is. De jurist of compliance-verantwoordelijke vertraagt het gewenste enthousiasme met noodzakelijke nuance. De operationele mensen maken duidelijk dat een idee op papier goed klinkt, maar in realiteit niet werkt.

En net daar loopt het vaak mis.

Uit Harvard Business School blijkt hoe leiders zelf vaak dissent onderdrukken: door niet echt te luisteren, mensen af te kappen, of een discussie in te gaan met een vooraf vaststaand beeld van de uitkomst. McKinsey maakt een gelijkaardig punt: leiders zeggen vaak dat ze tegenspraak waarderen, maar reageren defensief zodra die tegenspraak de richting of het comfort van de groep bedreigt.

Dat is een cruciale observatie. In veel organisaties worden experten niet uitgesloten omdat ze te weinig weten, maar omdat ze te veel zien.

Zolang expertise bevestigt wat men al wilde doen, is ze welkom. Zodra expertise wrijving veroorzaakt, wordt ze omschreven als:

Wat dan overblijft, is geen sterk leiderschap maar een vorm van bestuurlijke zelfbevestiging.

Het gevaar daarvan in AI-context

In klassieke verandertrajecten is het al riskant om kritische expertise te marginaliseren. In AI is het ronduit gevaarlijk.

AI vraagt immers net dat organisaties ruimte maken voor:

Wanneer net die stemmen uit de kern van de besluitvorming worden gehouden, krijg je schijnzekerheid. Dan lijkt er alignment, maar is er in werkelijkheid selectieve informatieverwerking. Dan krijgt de top vooral te horen wat werkbaar, wenselijk of geruststellend klinkt — niet noodzakelijk wat waar is.

Harvard Business School koppelt dit aan de onderdrukking van dissent in organisaties. McKinsey benadrukt het belang van “contributory dissent” als voorwaarde voor betere besluiten. MIT Sloan Management Review voegt daar een belangrijke nuance aan toe: expertise moet niet blind gevolgd worden, maar wel kritisch en ernstig meegewogen worden. Dat is iets fundamenteel anders dan expertise systematisch weren omdat ze ongelegen komt.

Hoe herken je dat jouw organisatie in deze structuur zit?

Veel organisaties zitten hier dieper in dan ze zelf denken. Enkele signalen:

Een eenvoudige lakmoesproef is deze: Kan je voor een belangrijk dossier in één zin zeggen wie finaal beslist, wie advies geeft, en welke experten verplicht gehoord moeten worden?

Als dat niet scherp te beantwoorden is, heb je geen capaciteitsprobleem maar een governanceprobleem.

De kern van de oplossing: duidelijkheid, transparantie en voorbeeldgedrag aan de top

Veel organisaties proberen dit op te lossen door nog meer structuur toe te voegen: extra overleg, bijkomende governance boards, nieuwe rollen, zwaardere checklists.

Dat helpt zelden.

De oplossing is niet méér governance, maar helderdere governance:

Maar voor mij begint dit onmiskenbaar op het hoogste niveau.

Als de top van een organisatie ambigu blijft over mandaat, verantwoordelijkheid en richting, dan sijpelt die ambiguïteit door naar elk niveau daaronder. Dan gaan teams zelf ook aftasten, afschermen, escaleren en herbevestigen. Dan lijkt de organisatie voortdurend “bezig”, maar voelt alles alsof het in escalatiemodus staat zonder tastbare resultaten.

Harvard Business School is daar duidelijk over: als open debat en heldere besluitvorming niet aan de top beginnen, zullen ze elders in de organisatie ook niet duurzaam bestaan.

Leading by example: wat de top concreet moet doen

Als leiders dit echt willen keren, vraagt dat voorbeeldgedrag. Geen slogans, maar discipline.

1. Maak beslissingen expliciet Elke strategische meeting zou moeten eindigen met drie heldere uitkomsten:

Geen impliciete consensus. Geen “we zitten wel op dezelfde lijn”. Geen beslissing die pas later echt blijkt te zijn genomen.

2. Scheid advies van beslissing Niet iedereen aan tafel beslist. En dat is gezond. Maar maak dan expliciet:

Dat is ook de essentie van de kritiek die McKinsey maakt op oppervlakkig gebruik van RACI: schema’s helpen niet als het echte mandaat onduidelijk blijft.

3. Organiseer kritische expertise structureel, niet vrijblijvend Als de expert alleen mee aan tafel zit wanneer het uitkomt, is expertise geen onderdeel van governance maar decoratie. Bepaal op voorhand welke expertise verplicht aan bod moet komen bij strategische keuzes, zeker in AI-dossiers:

4. Beloon tegenspraak zichtbaar McKinsey benadrukt dat leiders dissent niet alleen moeten toelaten, maar actief moeten vragen. Dat betekent:

5. Stop met escalatie als standaardmechanisme Niet elke spanning moet naar boven. Wanneer alles naar de top moet, is dat vaak een signaal dat mandaten lager in de organisatie onvoldoende helder zijn. Escalatie moet een uitzondering zijn, geen operating model.

6. Wees als top ook zelf bereid om van mening te veranderen Niets ondermijnt psychologische veiligheid sneller dan leiders die formeel om input vragen maar inhoudelijk al beslist hebben. Als expertise of goede tegenargumenten nooit iets veranderen, leert de organisatie snel genoeg dat spreken weinig zin heeft.

Wat dit oplevert

Wanneer de top helder is in mandaat, transparant is over besluitvorming en zichtbaar ruimte maakt voor expertise, verandert de organisatie fundamenteel:

Dan ontstaat er iets wat veel organisaties vandaag missen: richting met vertrouwen.

Tot slot

In veel organisaties lijkt het alsof men permanent in beweging is, maar zonder echte voortgang. Dat is zelden een gebrek aan intelligentie, inzet of ambitie. Het is meestal een gebrek aan helderheid over wie beslist, wie gehoord wordt en welk gedrag bovenaan werkelijk wordt beloond.

En precies in een tijdperk van AI wordt dat ongenadig zichtbaar.

Want AI vraagt niet alleen nieuwe technologie. Het vraagt volwassen bestuur. Het vraagt leiders die snel durven beslissen, transparant zijn over mandaat, en sterk genoeg zijn om ook datgene te horen wat ze liever niet zouden horen.

De echte test van governance is dus niet hoeveel meetings je hebt, hoeveel structuren er bestaan, of hoeveel mensen betrokken worden.

De echte test is: worden de juiste beslissingen helder genomen, door de juiste mensen, op basis van de juiste expertise — ook wanneer die expertise ongemakkelijk is?

Want als zelfs aan de top ambiguïteit blijft bestaan, sijpelt die onvermijdelijk door in de rest van de organisatie. En dan krijg je geen wendbaarheid, geen executiekracht en geen echte AI-transformatie.

Dan krijg je vooral een organisatie die voortdurend escaleert, maar zelden echt beslist.

Hidden Connections · Terug naar Ons Denken